Glyptiek

K. Hoving

Gegraveerde stenen zijn edel- en sierstenen met een afbeelding aan de bovenzijde. Afbeeldingen die ín een steen zijn aangebracht noemt men: intaglio. Afbeeldingen die óp een steen zijn aangebracht noemt men: camee.

De intaglio komt al in zo’n 3000 jaar vJt voor in Mesopotamië. Ze werden gebruikt om een waarmerk of zegel in klei – in reliëf- af te drukken. Het materiaal van de potentiële afbeelding wordt weggehaald. De camee komt voor het eerst voor zo’n 400 jaar vJt. De camee is nooit als “zegelsteen” gebruikt. Het materiaal van de potentiële afbeelding blijft staan.
Door de combinatie van esthetiek en de menselijke inspanning om zo’n afbeelding fraai weer te geven, werden gegraveerde stenen meer en meer als sieraad beschouwd.
Gegraveerde stenen hadden door de steensoort en de aard van de afbeelding nogal eens een magische functie: die van geluksbrenger of kwaad werend aan de drager.
In vroeger tijden werden voor het graveren zachte steensoorten gebruikt: serpentijn en steatiet. De techniek bestond uit het “krassen” met een scherpe steensplinter of burijn (kraspen). Rondingen worden aangebracht met een zgn. boogboor met aan de onderzijde een slijpschijfje. Als schuurmiddel werd zand gebruikt. De Phoeniciërs leerden de Grieken zo’n 600 vJt graven van hardere steensoorten: skarabeeën van groene jaspis, carneool, chalcedoor, etc. De techniek van het graveren vorderde met de toepassing van andere schuurmiddelen: mengsels van olie en gemalen korund. De boogboor had nu een vaste opstelling en werkte met meer verfijnde en verwisselbare “boortjes”. De aandrijving van de boor wijzigde in de 16e eeuw door de mechanische (trapmachine) en in de 19e de elektrische machine.

Met de huidige techniek (laser) en schuurmiddel (diamantpoeder) kunnen tegenwoordig alle steensoorten worden gegraveerd.
Vanuit de historie werden intaglio’s met name gebruikt als zegelring. Vanaf de Karolingische Renaissance, zo’n 800 jaar nJt, kregen de intaglio en de camee steeds meer een decoratie-functie: het opsieren van reliekschrijnen, boekbanden en miskelken. “Heidense” afbeeldingen kregen hierbij een christelijke interpretatie. In de Gouden Eeuw werden cameeën gebruikt in kleine meubelen. Eind 18e eeuw was er camee-rage.